Vervolgtoetsing

De kwaliteitstoetsingen worden voor iedereen op dezelfde manier en kosteloos georganiseerd. De kost van deze toetsin­gen zit namelijk vervat in de ledenbijdrage en dus ook in de begroting van het Instituut.

De vervolgtoetsingen worden echter enkel georganiseerd voor de beroepsbeoefenaars waar tekortkomingen werden vastgesteld.

De algemene vergadering keurt de deelname in de kosten voor de vervolgtoetsingen goed. Op die manier valt de bijkomende kost, die het gevolg is van de tekortkomingen van de betrokken beroepsbeoefenaars, niet ten laste van alle leden.

Bedragen van de deelname in de kosten voor de vervolgtoetsing

Wat de vervolgtoetsing betreft, moet er een belangrijk on­derscheid worden gemaakt tussen de toetsingen waarbij geen toetser aan te pas komt, en een toetsing waarbij de verplaat­sing van een toetser is vereist.

Het eerste geval kan bijvoorbeeld van toepassing zijn voor het opsturen van een ontbrekend document of de snelle regularisatie van een situatie die niet conform de deontologische regels is (bijvoorbeeld, wanneer het betalingsbewijs van de verzekeringspremie niet voorgelegd kon worden tijdens de kwaliteitstoetsing). Voor deze louter administratieve ver­volgtoetsingen is geen verplaatsing van een toetser nodig. In dat geval is het bedrag van de deelname in de kosten beperkter.

Maar wanneer een toetser zich opnieuw naar het kantoor moet verplaatsen, dienen naast het administratief beheer ook de kosten voor de toetser in rekening te worden gebracht. Daarnaast wordt voor een vervolgtoetsing in een groter kantoor ook een bijkomend bedrag gerekend per extra getoetste beroepsbeoefenaar binnen dat kantoor.

De bedragen voor deelname in de kosten zijn de volgende:

Deze bedragen zijn van toepassing voor elke vervolgtoetsing waarvan de effectieve toetsing plaatsvindt vóór de algemene vergadering van het lopende jaar. Na goedkeuring van het budget door deze algemene vergadering, zullen bovenstaande bedragen telkens aan de nieuwe geïndexeerde bedragen aangepast worden.